Gesprek over Kobe tussen Mieke en zijn juf
Mail van Mieke Van Kerckhove i.v.m. haar gesprek met de juf van Kobe:
"Beste Sabine,H O M E
Ik ben inderdaad langsgeweest met 'Kien rekenen'. Hoe dat is verlopen?
Ik heb het gebruik van 'Kien rekenen' uitgelegd en toegelicht. Het exemplaar voor het 2de leerjaar heb ik in de PBD-bibliotheek onmiddellijk laten reserveren voor het Laurentinstituut; daar ging men dan de bode om sturen waarna het onmiddellijk gekopieerd zou worden; intussentijd zou de directie 'Kien rekenen' bestellen, maar de juf kon in elk geval gebruik maken van een gekopieerde versie. Ik ga er op dit moment vanuit dat 'Kien rekenen' wordt gebruikt.
Zoals ik het mij voorstel zal dus in zijn ‘map met extra’ - ik ben ook tegen extra, hoor... - i.p.v. andere blaadjes met rijen sommen nu telkens een onderdeel van het 'Kien rekenen'-pakket zitten. Klopt dit?
Vooreerst moet je weten dat ik zelf allesbehalve een voorstander ben van werkblaadjes. 'Kien rekenen' zijn echter wel werkblaadjes…
Juf G. toonde mij de spullen die je had meegegeven aan Kobe, om Kobe te laten tonen aan waarmee hij zoal bezig is. Dat waren dus geen werkblaadjes.
Het probleem dat ik zie, niet alleen in het Laurentinstituut, is dat leerkrachten er eigenlijk zeer moeilijk toe komen te differentiëren. Of het nu gaat over kinderen met een specifieke leermoeilijkheid als dyslexie, over hoogbegaafde kinderen, of kinderen met een leerachterstand, kinderen die thuis een andere taal spreken..allemaal hebben ze iets anders nodig. Maar differentiëren gaat ook om gebruik van visuele, auditieve, kinestetische middelen, ook dat is differentiëren.
Om te weten wat kinderen nodig hebben moet je weten hoe kinderen leerstof verwerken. En die kennis ontbreekt momenteel op scholen. Het Laurentinstituut maakt gebruik van reken- en taalmethodes en houdt daar zeer strak aan vast. Als je vasthoudt aan de methode, en verwacht dat ieder kind hetzelfde doet, en op dezelfde manier de leerstof verwerkt kom je op het punt dat je ook merkt dat er kinderen zijn die trager zijn, kinderen die sneller zijn, en kinderen bij wie de methode gewoon niet aanslaat. Kunst is dus onderwijs te kunnen geven zonder gebruik te maken van een methode, maar vanuit je deskundigheid als leerkracht en kinderen datgene aan te bieden dat past bij hun manier van leren.
Geschikt onderwijs geven aan hoogbegaafde kinderen is iets compleet anders dan het zorgen voor andere werkblaadjes. Maar om geschikt onderwijs te kunnen geven moet je dus eerst voorkennis hebben over het leerproces van hoogbegaafden, moet je het compacteren onder de knie hebben (als leerkracht), moet je leerstof anders aanbieden (topdown), moet je kinderen de mogelijkheid geven hun creativiteit te gebruiken, ervoor zorgen dat ze hun drive niet verliezen door hen steeds opnieuw uit te dagen hun hersencellen aan het werk te zetten, moet je hen daarbij ook coachen. En als je dan weet wat hoogbegaafdheid is, hoe een hoogbegaafde meestal leert dan zijn er nog altijd de verschillen onderling: de verbaal sterke, de performaal sterke, kinderen met een ijzersterk auditief geheugen, kinderen die leren via beelden, enz.
Om dat allemaal te realiseren in een school is er meer nodig dan iemand die eens passeert. Daarvoor is het nodig dat de school werk maakt van een schoolbeleid waarin zorg voor hoogbegaafde kinderen is opgenomen enerzijds en anderzijds dat de leerkrachten zich kunnen bijscholen in de praktijk van het concreet differentiëren in een klas. Differentiëren is iets anders dus dan de tragen wat trager laten werken en de rappen iets rapper.
Ik kan het proces in het Laurentinstuut dat nodig is opdat Kobe de geschikte zorg zou kunnen krijgen niet versnellen. Tot mijn grote frustratie hoor want ik zie de noden van al die hoogbegaafde kinderen ook (en ook van de andere kinderen). Ik zie dat iedereen ’t zelfde moet doen terwijl elk kind anders is. Daarenboven is nog altijd niet doorgedrongen wat multimediale middelen aan effecten hebben gehad tussen verschillende generaties. Kinderen van nu zappen door leerstof, zijn vele, vele malen sneller dan kinderen vroeger, enz. Wat ik dus zie: Kobe die zich krampachtig aanpast aan wat de leerkracht van hem verwacht en dit wordt volgens mij niet gezien door de leerkracht zelf. Juf G. ziet wel het resultaat van het aanpassingsgedrag van Kobe, nl. een voorbeeldige leerling die netjes doet wat van hem verwacht wordt. Jij zegt dat juf G. niet gelooft in het feit dat Kobe hoogbegaafd is. Het zal wellicht wel een verschil maken voor haar als Kobe uiteindelijk toch hoogbegaafd zal blijken te zijn. Maar of ze dan ook tegelijk de voorkennis over hoe hoogbegaafde kinderen leren zal hebben, of ze zal kunnen compacteren en zelf de juiste verbreding of verrijking aanbieden, dat zal afhangen van het feit of de school werk maakt van het bevorderen van deskundigheid inzake differentiëren en verschillen in leerstofverwerking bij kinderen.
Ik ben op het punt gekomen, dat ik nu mijn aanbod naar scholen kan beginnen herdefiniëren: scholen zouden namelijk zelf eerst bijscholingen moeten gevolgd hebben vooraleer ze een beroep zouden kunnen doen op mij om wat ze op die vormingen hebben geleerd te kunnen omzetten in de praktijk. Ik kon dat nu nog niet zo formuleren omdat uit de bevraging die ik begin dit schooljaar heb gedaan (en door 100% van de 42 scholen is ingevuld) naar voren kwam dat zelfs naar detectie van hoogbegaafde kinderen nog een weg was af te leggen. Er waren in die 42 scholen samen hoop en al 10 hoogbegaafde kinderen gedetecteerd, waarbij ik De Vlieger en het Trappenhuis niet meetel. De kinderen die zij zelf hadden gedetecteerd waren eigenlijk kinderen met een leervoorsprong - een enkele uitzondering, hier en daar een kind, getest door het CBO niet meegerekend - dus of ze hoogbegaafd waren, was al zeer de vraag. Ik word nu, enkele maanden later toch al, gecontacteerd door scholen die mij vragen voor 5, 6, 7,…hoogbegaafden op een school , daar waar op de bevraging stond: 0 hoogbegaafde kinderen in de school. Het gaat dus wel vooruit op stedelijk vlak maar de echt concrete aanpak in de praktijk... da’s voorlopig nog een ander paar mouwen. Nog altijd wordt er ongelovig gekeken als ik zeg dat in de Vlieger 21 kinderen hoogbegaafd gediagnosticeerd zijn met behulp van een psychologisch onderzoek en dat we daarnaast van 14 kinderen zeker zijn dat ook zij hoogbegaafd zijn en neen, dat die kinderen niet allemaal versneld zijn, en neen, die kinderen niet allemaal een schoolse leervoorsprong hebben. De Vlieger is ook niet speciaal een school voor hoogbegaafden, op deze school zijn ook heel veel kinderen met een leerachterstand en leermoeilijkheden. Het verschil is dat ze in de Vlieger worden opgemerkt terwijl dat in andere scholen nog steeds niet het geval is.
Als concreet antwoord op je vraag of ik dus nog andere materialen meehad voor de juf, die zij dan kon gebruiken voor Kobe: neen dus; en daarbij aanvullend: het gaat dus niet om materiaal (alleen), het gaat om inzicht bij leerkrachten. Ik hoop echt dat Kobe de test goed heeft gedaan want dat zou een bevestiging zijn van het feit dat je om hoogbegaafde kinderen te kunnen detecteren, je ook moet weten waarop je moet letten. Juf G. gelooft misschien niet dat Kobe hoogbegaafd is, maar als uit het onderzoek blijkt dat hij het wel is zal ze ook haar ideeën over hoogbegaafdheid wel moeten aanpassen.
In De Vlieger is er ook geen eenduidige aanpak voor al die hoogbegaafden kinderen: het ene kind is gebaat bij peer-tutoring door een ander hoogbegaafd kind, een paar kinderen krijgen wel kangoeroewerking, andere kinderen krijgen inderdaad werkblaadjes, nog andere kinderen werken aan projecten waaraan door de leerkracht veel hogere eisen worden gesteld, sommige kinderen slaan een leerjaar over, anderen niet, bij de ene leerling wordt taalonderricht geschrapt (één kind van het zesde zorgt zelfs voor taal-toetsen voor de andere leerlingen van de klas, uitzonderlijk hoor, maar hoogbegaafde kinderen met dergelijke taalvoorsprong zijn dan ook uitzonderlijk, we vragen natuurlijk niet aan elk hoogbegaafd kind om toetsen te maken, dat ene past nu toevallig net in die klas, bij die leerling, enz., …) voor elk datgene wat we denken dat past dus. En dit met zeer veel overleg tussen leerkracht, ouders, mij als go-between tussen kinderen en leerkrachten, en tussen leerkrachten en ouders en een zeer nauwe samenwerking met het zorgteam en de directie, want het gaat om zorg en beleid. Om tot op dat punt te komen is er vijf jaar overheen gegaan. En er zijn nog altijd kopzorgen, niet elk kind gedijt op school. Wat wel gerealiseerd is: hoogbegaafdheid is geen punt van discussie meer, en weten en beseffen dat hoogbegaafden andere en heel specifieke zorg nodig hebben ook niet meer. En dat sommige leerkrachten beter kunnen differentiëren dan anderen weten we ook, en dat de ene leerkracht fantastisch is met anderstaligen en weer een andere fantastisch is voor hoogbegaafden... ja, da’s ook een feit. Wat ik betracht is dat soort denken ingang te doen vinden op al die andere scholen die mij nu contacteren. Ik wil je dit hier maar uitleggen omdat je niet al je hoop op mij zou zetten en zou denken dat als ik nog ander materiaal zou geven aan de juf van Kobe, dat daarmee voor hem de problemen op school zouden zijn opgelost. Ik reken op drie schooljaren voor een meewerkende en voorbereide school. Als mijn contract wordt verlengd voor volgend schooljaar organiseer ik gestructureerd overleg tussen de stedelijke scholen die een zorgbeleid voor hoogbegaafde kinderen opbouwen. Ik denk dat dat dan de start moet zijn voor ouders van hoogbegaafde kinderen om hun kinderen naar die scholen te sturen waar ze inderdaad werk maken van een zorgbeleid voor hoogbegaafden. Binnenkort komt mijn website hierover online.
Vriendelijke groeten,
Mieke"
Reacties
Een reactie posten